Woonlasten versus huurder en koper

afbeelding

De woonquote, de totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen, komt in 2018 voor huurders gemiddeld uit op 38,1. Eigenaren besteden in 2018 met gemiddeld 29 procent een kleiner deel van hun besteedbaar inkomen aan wonen. Dit meldt het CBS op basis van het woononderzoek Nederland (WoON) 2018, een driejaarlijkse enquête onder ruim 60 duizend inwoners.

Deze constatering bevestigt dat wij moeten blijven werken aan de betaalbaarheid van het wonen. De overheid moet de kaders stellen en keuzes maken. Als huurders een onevenredig deel van hun inkomen kwijt zijn aan het wonen zodat de kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie onder druk komt te staan moeten wij de overheid helpen in het maken van deze keuzes. Een goed voorbeeld is het sociaal huurakkoord tussen de Nederlandse Woonbond en Aedes de branche organisatie van de woningcorporaties.

In het sociaal huurakkoord is een aantal afspraken gemaakt die dure scheefhuurders tegemoetkomen. Zo is afgesproken dat groepen met een laag inkomen en een hoge huur een huurbevriezing kunnen vragen en in sommige gevallen zelfs een huurverlaging. Een huurkorting lijkt op dit moment (wettelijk) niet mogelijk. Daar heeft de AW eerder een brief over geschreven. Dit is de reden dat Aedes en de Woonbond hebben de minister gevraagd om de wet te wijzigen zodat dit wel mogelijk wordt. In de tussentijd wordt van partijen verwacht (mag worden verwacht) dat zij handelen in de geest van het akkoord. In het land is hiervoor al op enkele plaatsen beleid ontwikkeld. Hierbij wordt verwezen naar de individuele huurder en naar gezamenlijke afspraken daarover tussen gemeenten, huurders en woningcorporaties.

Wat kunnen huurdersorganisaties nu doen?

  • Maak afspraken met corporaties

Maak met de corporatie afspraken om individuele huurders in de gelegenheid te stellen huurbevriezing aan te vragen dan wel huurverlaging. Hiervoor wordt een beoordelingskader vastgesteld voor zover dit niet vastligt in het huurakkoord.

  • Afspraken i.h.k.v. prestatieafspraken met gemeenten

Via de WoonlastenWakers en het ROH wordt gevraagd in de prestatieafspraken dat dergelijke regelingen worden verankerd in het beleid van de corporatie en op het moment dat er wettelijke regelingen zijn verder wordt uitgewerkt.

  • Het informeren van de individuele huurder

Verder moeten huurdersorganisaties hun achterban informeren over de inhoud van het huurakkoord en wijzen op de mogelijkheden die zij hebben om een eventuele verlaging aan te vragen.

Wie zijn die dure scheefhuurders?

Als dure scheefhuurders worden aangemerkt huurders met een inkomen onder de huurtoeslaggrens en een huurprijs voor de voor hen geldende aftoppingsgrens. Afhankelijk van de huishoudgrootte is dit € 607 of €651 per maand.

Huurders met een laag inkomen die een huurprijs hebben boven de €720,42 kunnen een huurverlaging aanvragen. Ook huurders met een inkomen boven de €38.000 kunnen een huurverlaging krijgen al wordt niet duidelijk waar voor deze groep de grenzen liggen.